Sociaal Incasseren

28 juni 2017

Juridische kennis

Nieuw tovermiddel of bewezen medicijn?

Column van mr. Jeroen Boudewijn

Krijgt u de laatste tijd ook zoveel uitnodigingen voor workshops en symposia met als onderwerp ‘Sociaal Incasseren’? Of mooie brochures van incasso-organisaties die zichzelf afficheren als dé uitvinders en exclusieve uitvoerders van dit nieuwe fenomeen? Dat is althans wat wordt beweerd; Dat het een hele nieuwe vorm van incasseren zou zijn.
Maar is dat ook zo? Of is er vooral sprake van slimme marketing om een bewezen recept opnieuw te verkopen? Ik denk toch vooral dat laatste.

Wat zijn zoal de ingrediënten van ‘Sociaal Incasseren’? Ik hoor en lees dan zaken als: geen onnodige kosten maken, niet meer rente en kosten berekenen dan wettelijk is toegestaan, rekening houden met de belangen van schuldeisers én schuldenaren, het gebruiken van begrijpelijke en oplossingsgerichte communicatie met de schuldenaar, goede en constructieve samenwerking met ketenpartners in de (schuld-) hulpverlening. En dan bekruipt mij het gevoel dat ik dit vaker heb gehoord. Bijvoorbeeld toen ik (inmiddels ruim 27 jaar geleden) bij Van der Hoeden/Mulder kwam werken en als net afgestudeerd jurist werd ingewijd in de geheimen van de deurwaarderij.

Althans dat dacht ik toen. Dat de hele deurwaarderij werkte zoals het mij toen werd geleerd. Later heb ik begrepen dat niet alle deurwaarderskantoren en incassobureaus genoemde uitgangspunten als vanzelfsprekend in acht namen bij de uitvoering van hun taken. En dus bleek het noodzakelijk om nadere wet- en regelgeving te maken. Denk aan de regelgeving op het punt van de incassokosten. En denk ook aan sommige bepalingen in Verordening beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders, zoals art. 2: De gerechtsdeurwaarder is onafhankelijk en onpartijdig; art. 8: De gerechtsdeurwaarder oefent geen oneigenlijke druk uit; art. 10: De gerechtsdeurwaarder maakt geen onnodige kosten; art. 11: De gerechtsdeurwaarder waakt voor onevenredig hoge kosten;

Uiteindelijk is het wat mij betreft allemaal terug te voeren op art. 1 van deze beroeps- en gedragsregels: De gerechtsdeurwaarder gedraagt zich zoals het een goed gerechtsdeurwaarder betaamt. Misschien dat dit voor sommige vakgenoten voorheen een loze bepaling was; En in de niet gereguleerde markt van incassobureaus zijn dit soort ethische normen al helemaal niet vastgelegd. Maar bij Van der Hoeden/Mulder hebben alle medewerkers altijd geleerd dat met de bijzondere bevoegdheden van de gerechtsdeurwaarder, ook bijzondere verplichtingen samenhangen en die brengen we al decennia lang iedere dag in de praktijk.

Niet voor niets heeft ons kantoor, in de persoon van oprichter Ed van der Hoeden, mede aan de wieg gestaan van wat in Amsterdam (Vroeg) Eropaf is gaan heten en wat ooit begon onder de geuzennaam “De Vliegende Hollander”. Aanvankelijk was dit initiatief vooral gericht op het voorkomen van huisuitzettingen. Inmiddels is het een niet meer weg te denken instituut op het gebied van schuldhulpverlening en vroegsignalering. Niet voor niets ben ik als bestuurslid aan die organisatie verbonden.

Ben ik dan tegen Sociaal Incasseren? Nee, helemaal niet. Mijn conclusie is juist dat dat precies is wat wij bij Van der Hoeden/Mulder al ruim 30 jaar doen. Het valt alleen maar toe te juichen dat kennelijk nu meer en meer het kwartje begint te gevallen, dat niemand ermee gediend is als een incassant strikt volgens het boekje een incassotraject doorloopt van aanmaning, naar dagvaarding, naar betekening, naar beslaglegging. En zich pas dan gaat verdiepen in de situatie van de schuldenaar. Bij een optimaal incassotraject doe je dat vanaf het allereerste contact tot aan de definitieve afwikkeling van het dossier. En steeds stem je de volgende stap af op de specifieke situatie van het voorliggende geval. De ene keer zetten wij onze strenge deurwaarderspet op en wijken we van het geijkte stramien af door het incassotraject juist te beginnen met een (conservatoir) beslag, omdat de schuldenaar gewoon kan betalen maar denkt slim te zijn. Terwijl de volgende keer de sociale aanpak geboden is, waarbij we nooit aan een dagvaarding toekomen, maar tijdens een huisbezoek samen met de schuldenaar de afloscapaciteit in kaart brengen en een daarop afgestemde betalingsregeling afspreken.

Kunnen we dan al die workshops en symposia over Sociaal Incassren links laten liggen? Ook dat hoort u mij niet zeggen. Want het kan altijd beter en er valt altijd wat te leren. Met name op het gebied van communicatie moeten ook wij steeds bij de tijd blijven. Zowel qua middelen (denk aan e-mail, iDeal), als qua inhoud (taalgebruik) rendeert een andere invulling nu beter, dan de formele aanmaning van 30 jaar geleden. Op dat gebied wisselen wij graag ervaringen uit en leren wij van anderen.

Het enige dat mij een beetje dwarszit is dat telkens de suggestie wordt gewekt dat Sociaal Incasseren iets heel nieuws is; Iets dat pas recentelijk, in de 21e eeuw is uitgevonden. Dat is absoluut niet waar. Het is hooguit nieuw voor degenen die tot nu toe weinig hadden begrepen van het ambt van gerechtsdeurwaarder en de kunst van het maatschappelijk verantwoord incasseren van geldvorderingen. Op ons kantoor brengen we Sociaal Incasseren echter al meer dan 30 jaar in de praktijk en mede daarom kiezen veel van onze opdrachtgevers ook al sinds jaar en dag voor deze beproefde aanpak door Van der Hoeden/Mulder.